Endobronchiale therapie

Endobronchiale therapie betekent dat met behulp van een bronchoscoop een behandeling in het binnenste van de luchtweg wordt uitgevoerd. Dit gebeurt onder plaatselijke of volledige verdoving.

Deze behandeling kan genezing tot doel hebben (als de tumor kleiner is dan een cm en niet door de wand van de luchtweg is gegroeid), maar kan ook worden uitgevoerd om klachten te verminderen. Denk dan bijvoorbeeld aan kortademigheid, een hinderlijke hoest, terugkerende ontstekingen in de luchtweg of het ophoesten van bloed.

Er zijn diverse behandelmogelijkheden:

1.  Een tumor die in de luchtweg zelf zit, kan worden verwijderd door deze met behulp van een tang ‘weg te happen’.
2. De tumor kan ook worden weggebrand of weg gesneden met behulp van elektrische stroom of door middel van laserlicht.
3.  De tumor kan ook worden weg gestraald door een kleine radioactieve bron in de luchtweg te brengen met behulp van de bronchoscoop. Hierdoor wordt de tumor kleiner of verdwijnt zelfs helemaal.
4.  In bepaalde gevallen moet er een klein buisje in de luchtweg worden geplaatst om de doorgang van de luchtweg te herstellen of te garanderen.

Als deze behandeling plaatsvindt om te genezen, zijn er nagenoeg geen bijwerkingen. Wel moet de patiënt het zonlicht enkele weken mijden, omdat de huid makkelijker kan verbranden, zoals bij iemand die te lang in de zon ligt.

Als het gaat om een ingreep waarbij klachten worden verminderd, dan kunnen er meer bijwerkingen optreden, zoals  kleine bloedingen in de luchtweg of een luchtweginfectie. Heel soms ontstaat er een fatale bloeding of een gat in de luchtpijp met fatale afloop. En in bijzondere gevallen krijgt de patiënt problemen met ademhalen. Dit laatste verdwijnt vaak nadat de patiënt 24 uur aan de kunstmatige beademing heeft gelegen.