Experimentele geneesmiddelen

In het kader van wetenschappelijk onderzoek kan het zijn dat een arts experimentele geneesmiddelen voorschrijft. Met deze middelen wordt onderzocht of ze bijvoorbeeld minder bijwerkingen hebben dan bestaande geneesmiddelen. Ook kan onderzocht worden of er een grotere kans op genezing is en of de levensverwachting verlengd kan worden.

Onderzoek naar betere medicijnen vergt veel tijd. Een levensverlenging van één à twee maanden is al grote winst, net als een vergrote kans op genezing met vijf procent.

Het onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen wordt opgebouwd in drie fases:

Fase 1 begint nadat er onderzoek is gedaan met dieren. Middelen die bij dieren niet teveel bijwerkingen hadden, maar wel enig effect op de groei van de tumor, worden in fase 1 bij mensen getest. Onderzoeken in Fase 1 zijn vaak gericht op de bijwerkingen en niet op de behandeling. De werking van het medicijn moet nog bewezen worden, dus je mag in deze fase eigenlijk niets verwachten. De dosering is vaak laag.

In de vroege fase van Fase II wordt gekeken of het middel werkt bij patiënten met een bepaald soort kanker. In de latere fase van Fase II is al bekend dat het om werkzame middelen gaat, maar moet het middel nog onderzocht worden in een bepaalde subgroep van patiënten. Het kan ook zijn dat onderzoekers willen kijken hoe het middel het beste toegediend kan worden en hoe vaak.

In Fase III wordt een nieuwe behandeling vergeleken met een bestaande behandeling. Daarbij worden de bijwerkingen en de werking van het medicijn vergeleken. Bij dit onderzoek wordt er geloot welke patiënten het nieuwe middel krijgen en welke de bekende middelen krijgen toegediend. Je kan dus niet zelf kiezen.

Als een middel goed door al deze fases heen komt, en dat gebeurt niet vaak, wordt het geregistreerd. De beroepsgroep van artsen kan dan beslissen om het nieuwe middel als standaard middel te gebruiken.

Mocht je de vraag krijgen om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek, gun jezelf dan minstens een paar dagen de tijd om hier over na te denken. Je kunt de arts een aantal simpele vragen stellen om tot een beslissing te kunnen komen:

1. Wat kan ik verwachten van deze behandeling: leef ik er langer mee, voel ik me er beter door? Etc.
2. Wat zijn de nadelen die ik kan verwachten: wat voor bijwerkingen heeft dit medicijn, moet ik vaker naar het ziekenhuis komen, moet ik vaker bloed prikken? Etc.

Bedenk hierbij dat je op geen enkele manier verplicht bent om mee te doen aan het onderzoek. Als je besluit om wel mee te doen, kan je ook altijd nog stoppen als het tegenvalt. De arts zal hoe dan ook je keuze respecteren.

Meer informatie

Wil je meer informatie over het meedoen aan klinisch onderzoek en soorten klinisch onderzoek vind je in de Brochure Onderzoek naar nieuwe behandelingen van het KWF.