Radiotherapie

Radiotherapie maakt gebruik van straling. Dat kan röntgenstraling zijn, maar ook elektronenstraling of straling door middel van een radioactieve bron. Deze straling laat geen radioactiviteit achter in het lichaam.

Bij Radiotherapie wordt niet alleen het gebied van de tumor, maar ook het aangrenzend weefsel en vooral de aangrenzende lymfeknopen bestraald. De straling vernietigt cellen. De kankercellen zijn gevoeliger voor deze straling dan de gezonde cellen. Hierdoor is het mogelijk om kankercellen selectief te bestrijden en de gezonde weefsels te ontzien.

Bestraling wordt meestal van buitenaf gegeven, maar kan ook inwendig via de luchtweg gegeven worden. Dan wordt een dun slangetje in de luchtweg gebracht, dat gekoppeld is aan een radioactieve bron en dat het gebied van binnenuit bestraalt.

De behandeling bij radiotherapie duurt meestal maar een paar minuten. De duur van de behandeling is afhankelijk van het doel van de bestraling (genezing of vermindering van klachten). Het kan gaan om zes weken of meer, waarbij meestal vijf keer per week bestraald wordt. De effecten van de bestraling treden niet meteen op na de behandeling, maar laten even op zich wachten.

Bijwerkingen Radiotherapie
Met de huidige technieken van bestraling zijn de bijwerkingen op de huid minder geworden. Echte verbrandingen van de huid komen niet meer voor. Wel kan er een verkleuring optreden of jeuk, doordat de huid tijdelijk droger wordt. Ook misselijkheid en braken komen niet meer voor bij radiotherapie. Wel kan er vermoeidheid ontstaan. Dit verdwijnt na het afsluiten van de behandeling meestal weer na enige tijd.

Tijdens de bestraling kunnen er slikklachten optreden. De slokdarm ligt bij de bestraling van de longtumor meestal in het bestralingsveld. Hierdoor wordt ook vaak de zin in eten aangetast. Met medicijnen zijn deze klachten redelijk goed in de hand te houden. Heel soms heeft bestraling effect op de bloedaanmaak, omdat de botten (waar de bloedaanmaak plaatsvindt) door de bestraling worden geraakt. Gelukkig is dit bijna nooit een probleem. Wel kan het zijn dat het bloedbeeld voor de zekerheid wordt gecontroleerd tijdens de behandeling. Als het hoofd wordt bestraald volgt bijna altijd verlies van het hoofdhaar. Na beëindiging van de bestraling komt dit weer terug.

Bij een hoge dosis bestraling, kan de behandeling niet meer herhaald worden op dezelfde plek in het lichaam. Organen en het ruggenmerg zouden dan onherstelbare schade oplopen waardoor zelfs een dwarslaesie zou kunnen ontstaan. Wel kunnen andere plaatsen van het lichaam nog bestraald worden.

Voor uitgebreidere informatie over radiotherapie

Brochure Radiotherapie van het KWF.
Radiotherapie in het Catharinaziekenhuis
KWF
Oncoline (richtlijnen oncologische zorg)
(SDK) Stichting Diagnose Kanker