Projecten

Informatie voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden

Met de Nederlandse Federatie voor Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) en Pharos heeft Longkanker Nederland gewerkt aan het project Lage gezondheidsvaardigheden. Een op de drie Nederlanders heeft lage gezondheidsvaardigheden. Hierdoor kunnen zij informatie die behandelaren in het ziekenhuis geven vaak lastig begrijpen.

Er is een training ontwikkeld voor oncologieverpleegkundigen. Tijdens de training leren ze patiënten met lage gezondheidsvaardigheden te herkennen. Ook leren ze om op een makkelijke manier voorlichting te geven aan deze patiënten. Om dit visueel te ondersteunen zijn vier praatkaarten ontwikkeld. Klik hier voor de praatkaarten (PDF).

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

ACHTERGRONDINFORMATIE

Laaggeletterde patiënten met longkanker: handvatten voor goede zorgondersteuning

“Als oncologieverpleegkundige wil ik patiënten met kanker zo goed mogelijk begeleiden tijdens het behandelingstraject. Ik wil ze helpen met vragen die ze hebben, maar merk dat wat ik zeg of de informatie die ik geef niet altijd goed begrepen wordt. Hoe vaak ik het ook probeer”.  Sanne, oncologieverpleegkundige

Veel oncologieverpleegkundigen of verpleegkundig specialisten herkennen dit citaat van Sanne uit eigen ervaring. Toch weten ze vaak niet dat ze mogelijk te maken hebben met een patiënt die laaggeletterd is. Dat is niet vreemd. Het herkennen van laaggeletterdheid is niet eenvoudig. Ook is het niet gemakkelijk om de complexe informatie over longkankerzorg goed uit te leggen aan laaggeletterde mensen. Toch is een goede uitleg van belangrijke zaken in de zorg voor mensen met kanker van groot belang. Daarom initieerde Longkanker Nederland dit project. In de training ‘Effectief Communiceren’ van Pharos leren oncologieverpleegkundigen om deze groep patiënten zo te ondersteunen, dat zij de informatie over hun ziekte en de zorg goed begrijpen. Hierdoor voelen zij zich gesteund en zijn in staat om de adviezen goed op te volgen.

Waarom is aandacht voor laaggeletterdheid in de zorg belangrijk?

In Nederland hebben 2,5 miljoen Nederlanders van 16 jaar en ouder zoveel moeite met lezen en schrijven, dat het hun hindert in het dagelijks leven. Zij kunnen daardoor allerlei dingen, waarbij we denken dat iedereen het kan of begrijpt, niet of alleen met grote moeite. Al deze mensen komen vroeg of laat te maken met de zorg en een deel van hen krijgt longkanker.
Toch blijken zorgprofessionals in hun dagelijkse praktijk laaggeletterden niet makkelijk te herkennen. Want al komt laaggeletterdheid zoveel voor, toch verbloemen de meeste patiënten hun laaggeletterdheid omdat zij zich hier vaak voor schamen. Dat laaggeletterdheid niet goed wordt herkend in de zorg, is zorgelijk.

Als laaggeletterdheid niet goed wordt herkend, zal de zorg en ondersteuning niet goed aansluiten bij wat patiënten begrijpen. Zij krijgen dan niet de zorg die ze nodig hebben. Bovendien is een groot deel van de laaggeletterden ook niet voldoende gezondheidsvaardig. En bij een deel van de laaggeletterden zijn culturele achtergronden van invloed op wat zij wel en niet begrijpen.

Als oncologieverpleegkundige krijg je in de praktijk met al deze groepen te maken. Het is niet gemakkelijk om hier goed op in te spelen. Toch kun je hier snel beter in worden. Een paar waardevolle handvatten, een dosis doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid en creativiteit, zullen de zorg voor deze patiënten al snel naar een hoger plan tillen.

Daarvoor geven we graag de volgende praktische tips:

Herken laaggeletterdheid

Laaggeletterden schamen zich vaak en komen niet altijd uit voor hun beperkte lees- en schrijfvaardigheden. Hoe kun je laaggeletterdheid dan toch herkennen?
Er zijn een aantal signalen die mogelijk wijzen op laaggeletterdheid. Iemand die laaggeletterd is:

  • heeft vaak moeite met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken
  • heeft vaak moeite met het chronologisch presenteren van symptomen
  • stelt weinig vragen of steeds dezelfde vraag
  • vult zelf geen formulieren in, en zegt ‘ik ben mijn bril vergeten’ of ‘dat doe ik thuis wel even’
  • komt regelmatig niet, of te laat op een afspraak
  • gebruikt medicatie niet goed
  • leest bijsluiters niet

Als je laaggeletterdheid vermoed kun je vragen hoeveel jaar onderwijs iemand heeft gevolgd en of hij/zij kan lezen of schrijven. Je kunt bijvoorbeeld vragen: ‘Vindt u het moeilijk om dit formulier in te vullen?’. Daarbij kun je ter geruststelling benadrukken dat het veel voorkomt, ook in Nederland. En dat je als verpleegkundige dan extra aandacht kunt besteden aan het goed uitleggen van de behandeling of het gebruik van medicatie. Om die reden kun je ook voorstellen om laaggeletterdheid op te nemen in het patiëntendossier, zodat ook andere zorgprofessionals weten dat ze hier rekening mee kunnen houden. Vaak is het voor iemand een opluchting om duidelijke informatie te krijgen en niet steeds te hoeven uit leggen hoe het zit

Pas je communicatie aan

Eenvoudige communicatie is erg belangrijk als je niet goed kunt lezen, schrijven of minder gezondheidsvaardig bent. Je kunt bijvoorbeeld:

  • korte zinnen maken.
  • eenvoudige worden gebruiken, bijvoorbeeld ‘uitzaaiing’ in plaats van ‘metastase’ en ‘verandering in de cel’ in plaats van ‘mutatie’ of ‘translocatie’.
  • Vermijd beeldspraak en abstracte begrippen.
  • Wees zo concreet mogelijk, dus niet tweemaal daags maar ‘bij het ontbijt in de ochtend en ’s avonds bij het eten.
  • Beperk het aantal boodschappen per consult/ gesprek.
  • Herhaal de belangrijkste punten.
  • Geef veel ruimte voor vragen.
  • Spreek af op hele of halve uren.

Voor deze patiënten is het nog belangrijker dat zij zich veilig en vertrouwd voelen en zich uitgenodigd voelen om hun verhaal te doen. Al te snel wordt gedacht dat iemand niet gemotiveerd is of onverschillig, bijvoorbeeld bij herhaaldelijk te laat komen.

Veel patiënten begrijpen de uitleg of het advies van de arts of verpleegkundige niet. Professionals schatten vaak onterecht in dat hun boodschap wel wordt begrepen. Het is dus van belang om te checken of een patiënt jou of je collega heeft begrepen. Dat kan via de terugvertelmethode. Je benadrukt daarbij dat je wilt weten of je het goed hebt uitgelegd en vraagt bijvoorbeeld ‘om zeker te zijn dat ik het goed heb uitgelegd, kunt u mij in uw eigen woorden vertellen wat ik heb gezegd?’ of ‘wat gaat u nu doen als u thuis bent?’

Laaggeletterden kunnen informatie minder goed begrijpen en zij kunnen het niet goed nalezen. Zij leren door voordoen, nadoen en automatiseren. Het is daarom belangrijk dat informatie wordt ondersteund door het te laten zien en ervaren. Laat bijvoorbeeld zien hoe medicatie ingenomen kan worden of doe bepaalde handeling voor. Ook helpt het om je uitleg te ondersteunen met beeldmateriaal.

Benut praatkaarten en andere picto’s ter ondersteuning

Speciaal voor professionals die patiënten met longkanker begeleiden en coachen, zijn praatkaarten ontwikkeld. Deze kaarten ondersteunen oncologieverpleegkundigen bij de uitleg over longkanker, uitzaaiingen en behandelingen. De praatkaarten zijn samen met taalambassadeurs ontwikkeld. Ze zijn zeer geschikt om te gebruiken in de communicatie met mensen die beperkt gezondheidsvaardig zijn. Het taalniveau is aangepast, de uitleg wordt ondersteund met passende tekeningen. Klik hier voor de praatkaarten (PDF).

Patiëntenorganisatie Longkanker Nederland heeft de praatkaarten samen ontwikkeld met de Nederlandse Federatie van Kankerpatientenorganisaties (NFK) en Pharos.

Heb jij als oncologieverpleegkundige of verpleegkundig specialist meer behoefte aan ondersteuning?

In de Pharos training ‘Effectief Communiceren’ leer je hoe je laaggeletterdheid en lage gezondheidsvaardigheden kunt herkennen. Na de training ben je in staat om vragen, informatie en adviezen beter aan te laten sluiten op het taal- en opleidingsniveau van de patiënt. Ook wordt geoefend met het werken met de praatkaarten. Deze geaccrediteerde training duurt drie uur. Voor meer informatie over de training kun je kijken op www.pharos.nl of contact opnemen via training@pharos.nl.