Op 2 juni is het Wereld Interventie-Pulmonologiedag. Een hele mond vol, maar wat betekent dit vakgebied eigenlijk voor mensen met (en een vermoeden van) longkanker? We vroegen het aan professor dr. Erik van der Heijden, expert op het gebied van de interventielonggeneeskunde.
Wat houdt het werk van een interventielongarts precies in?
"In Nederland is dit geen apart specialisme, maar een richting binnen het vak van longarts. Een interventielongarts is een longarts die zich vooral bezighoudt met medische ingrepen. Denk aan het bekijken van de luchtwegen met een slangetje (bronchoscopie), of het weghalen van vocht achter de longen.
Voor mensen met (een vermoeden van) longkanker is de interventielongarts heel belangrijk. Wij nemen stukjes weefsel (biopten) weg om de diagnose te stellen. Ook onderzoeken we hoe ver de ziekte is. Daarnaast kunnen we verstopte luchtwegen weer openmaken, een buisje (stent) plaatsen of tumoren van binnenuit behandelen."
Hoeveel longartsen zijn interventielongarts?
"Er is in Nederland geen aparte opleiding voor, dus we weten de precieze aantallen niet. Maar de techniek verandert snel. De apparaten worden steeds ingewikkelder en we gebruiken bijvoorbeeld speciale navigatiesystemen en mini-echo's om de weg in de longen te vinden.
Omdat dit veel training vraagt, zie je dat steeds meer longartsen zich hier echt in specialiseren. In sommige andere landen is het inmiddels een apart beroep met een eigen opleiding."
Wat als het niet lukt om een stukje weefsel af te nemen in het eigen ziekenhuis?
"Soms is een vlekje op de longen nog heel klein en zit het diep in de longen. Dan is het met gewone apparaten moeilijk te bereiken. Een ziekenhuis waar een interventielongarts werkt, heeft vaak speciale apparatuur waarmee dat wél lukt. Dankzij hulp van KWF Kankerbestrijding kunnen zo'n tien ziekenhuizen in Nederland deze geavanceerde techniek aanbieden.
Mijn advies aan artsen en patiënten: lukt het niet in het eigen ziekenhuis? Overleg dan met een ziekenhuis in de regio dat deze techniek wel heeft. Wel moeten we eerlijk zijn: de wachtlijsten voor deze ingrepen zijn soms langer dan we willen. Dat komt omdat de speciale operatiekamers vaak vol zitten."
Welke nieuwe ontwikkelingen zijn er de afgelopen jaren voor patiënten met longkanker bijgekomen?
"Er zijn gelukkig mooie stappen gezet. We kunnen nu met heel kleine hapjes weefsel al een betrouwbare diagnose stellen. Ook zit er in die hapjes genoeg weefsel om te testen welke behandeling (zoals doelgerichte therapie of immuuntherapie) het beste bij de patiënt past.
Daarnaast worden CT-scans steeds beter. We kunnen heel kleine vlekjes sneller ontdekken en zien of ze onrustig worden. Ook helpt computergestuurde slimme software (AI) ons om een soort 'wegenkaart' van de longen te maken. Daarmee vinden we makkelijker de route naar het vlekje. En de chirurg kan hierdoor tijdens een operatie preciezer te werk gaan, waardoor er minder gezond longweefsel weggehaald hoeft te worden."
Welke ontwikkelingen verwacht u op korte termijn?
"Patiënten vragen mij vaak: 'Kunt u dat kleine tumortje niet meteen weghalen als u toch al in mijn longen kijkt?' We onderzoeken nu verschillende technieken om dit te doen, maar een echte doorbraak is er op de korte termijn helaas nog niet. Een operatie of bestraling is op dit moment nog steeds de veiligste en beste keuze om te genezen. Wel kunnen we nu al op een veilige en minst belastende manier de diagnose stellen.
Ik hoop dat we in de toekomst in Nederland snel gaan starten met een landelijke screening (bevolkingsonderzoek) naar longkanker voor mensen met een hoog risico. Zo kunnen we de ziekte veel sneller ontdekken en behandelen. Om dat te kunnen doen, hebben we in de toekomst wel meer getrainde specialisten nodig."