Als men denkt dat iemand longkanker heeft, is het nodig om materiaal uit die afwijking te nemen om te kunnen analyseren. Dit gaat met een punctie, er wordt een klein beetje weefsel afgenomen. De patholoog onderzoekt dit en kijkt of er kankercellen zijn. Ook kan tegenwoordig worden gekeken of er bepaalde celmutaties zijn en daar hele precieze behandelingen voor worden gekozen. De kans dat er kankercellen verspreiden na een punctie van longkanker is heel erg klein. Bij andere vormen van kanker komt dat vaker voor, maar bij longkanker dus niet. Er zitten wel andere risico's aan een punctie, zoals een klaplong (pneumothorax) of een kleine bloeding. Dit komt gelukkig ook niet vaak voor. Kortom: als men wil weten of een bepaalde afwijking in de long kanker is, is het nodig dat er in geprikt wordt.