Er zijn verschillende stadia bij longkanker. Het stadium geeft aan hoever de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. Uw longarts stelt het stadium vast en onderzoekt hiervoor:

  • de plaats en grootte van de tumor
  • of en hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen
  • of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam

Er zijn vier stadia:

  • Stadium 1 (a1-3 of b): Er is alleen een kleine tumor in de long (niet groter dan 4 cm).
  • Stadium 2a: De tumor is iets groter (niet groter dan 5 cm).
  • Stadium 2b: De tumor is nog iets groter (niet groter dan 7 cm) en/of er kunnen kankercellen aanwezig zijn in de lymfeklieren van de long waar de tumor zit.
  • Stadium 3a: De tumor is erg groot of er zijn kankercellen in de lymfeklieren tussen de longen, aan de kant waar de tumor zit.
  • Stadium 3b: Er zijn kankercellen in de lymfeklieren tussen de longen, aan de andere kant van de borstkas dan waar de tumor aanwezig is, of er zijn kankercellen in lymfklieren boven het sleutelbeen.
  • Stadium 3c: De tumor is groter dan 5 cm. Ook zijn er kankercellen in lymfeklieren aan de andere kant van de borstkas dan waar de tumor aanwezig is, of in lymfklieren boven het sleutelbeen of er zijn meerdere tumoren in de long. Er zijn geen uitzaaiingen naar andere organen.
  • Stadium 4a: Er is ook een tumor in de andere long, of er is een uitzaaiing in één ander orgaan.
  • Stadium 4b: Er zijn meerdere uitzaaiingen in een ander orgaan dan de long.
     

Niet-kleincellige longkanker (NSCLC) groeit meestal langzamer en zaait minder snel uit dan kleincellige longkanker (SCLC). De niet-kleincellige longkanker kan jaren in het lichaam zitten en geen klachten geven. Als er klachten ontstaan, kan de tumor al zijn uitgezaaid.