ALK
ALK staat voor Anaplastic Lymphoma Kinase en is een eiwit dat aanwezig is in gezonde cellen. Als je longkanker positief is voor ALK, betekent dit dat het ALK-gen aan een ander gen geplakt zit. Dit wordt een ALK-fusie genoemd en ook dit is een verandering in het DNA. Door de ALK-fusie ontstaan continue signalen en een ongeremde celdeling, waardoor er kanker ontstaat. ALK is positief bij ongeveer één op de twintig patiënten. Longkankercellen die positief zijn voor ALK reageren vaak goed op behandeling met medicijnen die de werking van ALK blokkeren.
De Nederlandse richtlijn adviseert als eerste behandeling te kiezen voor alectinib, brigatinib of lorlatinib. Als de longkanker weer gaat groeien, moet opnieuw een stukje van de longkanker onderzocht worden (biopt) om te kijken of de ALK verandert is. Afhankelijk van die verandering kan de arts adviseren welke vervolgbehandeling is te adviseren.
BRAF
Er bestaan verschillende vormen van de BRAF mutatie. Alleen voor de BRAF V600 mutatie is er doelgerichte therapie. In de Nederlandse richtlijn staat:
Behandel patiënten met een BRAF V600 mutatie als eerste behandeling met de combinatie dabrafenib/trametinib.
EGFR
EGFR staat voor Epidermal Growth Factor Receptor. Een EGFR-eiwit zit op de buitenkant van een cel en zorgt voor het doorgeven van een signaal van buiten naar binnen om een cel te laten delen. EGFR is in ieder mens aanwezig, ook in gezonde personen. Soms is EGFR overactief. Dat betekent dat er continu signalen worden doorgegeven van buiten naar binnen. Hierdoor gaat de cel ongeremd delen, waardoor er kanker ontstaat. De overactiviteit kan komen door een verandering in het DNA: een mutatie. Dit is bij ongeveer één op de tien patiënten met niet-kleincellige longkanker in stadium 4 het geval. Longkankercellen met een EGFR-mutatie reageren vaak goed op behandeling met medicijnen die de werking van EGFR blokkeren. Deze medicijnen zijn tabletten. De tabletten worden doelgerichte therapie of TKI (tyrosine-kinase remmers) genoemd.
1e, 2e en 3e generatie medicijnen
Bekende medicijnen die gebruikt worden bij EGFR zijn gefitinib, erlotinib, afatinib, dacomitinib en osimertinib. De medicijnen die het eerst ontwikkeld zijn, noemt men 1e generatie middelen. Die daarna 2e generatie en die daarna 3e generatie.
1e generatie: erlotinib en gefitinib
2e generatie: afatinib en dacomitinib
3e generatie: osimertinib
1e of 2e lijns behandeling
Je kunt de doelgerichte therapie als 1e medicijn krijgen als je stadium 3b of 4 hebt. Dat heet 1e lijns behandeling.
Als je een speciale vorm van de EGFR mutatie, de T790M, krijgt nadat je een behandeling hebt gehad met erlotinib, gefitinib, dacomitinib of afatinib, dan kan je daarna (2e lijns behandeling) osimertinib krijgen.
Na een operatie
Je kunt osimertinib krijgen als je stadium 1b tot en met 3a hebt, waarbij de tumor helemaal is weggehaald. Hiervoor wordt een stukje van de tumor onderzocht om te kijken of je de EGFR mutatie hebt met exon 19 of exon 21. Als dat zo is, kan je na de operatie osimertinib krijgen.
EGFR exon 20
Behandel patiënten met een EGFR exon20 insertie mutatie als eerste lijn met platinum-doublet chemotherapie. Behandel deze patiënten als de longkanker weer groeit met amivantamab via het Drug Access Programma (DAP). Vraag je longarts uit het academische ziekenhuis of het Antoni van Leeuwenhoek naar het DAP.
HER2
In de Nederlandse richtlijn staat. Behandel patiënten met een HER2 mutatie als eerste met platinum-doublet chemotherapie tenzij er een klinische trial is. Vraag je arts dus of er een onderzoek loopt naar nieuwe medicijnen tegen HER2 als je (nog) niet aan chemotherapie wilt beginnen.
KRAS
Het KRAS-eiwit zit binnenin een cel en zorgt voor het doorgeven van signalen om een cel te laten delen. KRAS is in ieder mens aanwezig, ook in gezonde personen. Soms zijn KRAS-eiwitten overactief. Hierdoor gaat de cel ongeremd delen waardoor er kanker ontstaat. Ook deze overactiviteit kan komen door een verandering in het DNA, oftewel een mutatie. Dit is bij ongeveer drie op de tien patiënten.
Op dit moment lijkt de beste therapie hiervoor chemotherapie. Chemotherapie zorgt ervoor dat snel delende cellen geremd worden in hun groei of gedood worden. Niet alleen de kankercellen, maar ook gezonde cellen zoals van het haar worden dan geremd, waardoor bijvoorbeeld haar kan uitvallen. Bepaalde soorten chemotherapie worden gecombineerd met een angiogeneseremmer. Dit remt de bloedvatvorming rondom kankercellen. Kankercellen gebruiken deze bloedvaten voor zuurstof en voedingsstoffen. Een angiogeneseremmer kan aanvullend worden gegeven op chemotherapie om de werking van chemotherapie te versterken.
MET
Alleen voor MET exon 14 skipping is er als tweede behandeling een doelgerichte therapie. In de Nederlandse richtlijn staat: Behandel patiënten met een MET exon 14 skipping mutatie als eerste behandeling met platinum-doublet chemotherapie eventueel in combinatie met immuuntherapie. Behandel deze patiënten in de tweede lijn met tepotinib via het Drug Access Programma (DAP). Vraag je longarts uit het academische ziekenhuis of het Antoni van Leeuwenhoek naar het DAP.
NTRK
In de Nederlandse richtlijn staat: Behandel patiënten met een NTRK fusie als eerste behandeling met platinum-doublet chemotherapie. Behandel deze patiënten als de longkanker weer groeit met entrectinib of larotrectinib via het Drug Access Programma (DAP). Vraag je longarts uit het academische ziekenhuis of het Antoni van Leeuwenhoek naar het DAP.
RET
Behandel patiënten met een RET translocatie als eerste behandeling met platinum-doublet chemotherapie zolang er nog geen selectieve RET-TKI beschikbaar is in de eerste lijn. Behandel deze patiënten in de tweede lijn met selpercatinib via het Drug Access Programma (DAP). Vraag je longarts uit het academische ziekenhuis of het Antoni van Leeuwenhoek naar het DAP.
ROS1
Bij gevorderde of uitgezaaide ROS1 is crizotinib de eerste behandeling. Dit medicijn noem je doelgerichte therapie. Je leest ook vaak de Engelse naam targeted therapy. Doelgerichte therapie is er in tabletten of capsules.
Als jouw longkanker weer terugkomt of gaat groeien (progressie), is chemotherapie de volgende standaardbehandeling.
Nieuwe medicijnen tegen ROS1 kunnen mogelijk beter uitzaaiingen in de hersenen behandelen. Dat komt doordat ze beter door de bloed hersenbarrière kunnen komen.
Wil je (nog) niet aan chemotherapie beginnen, dan was via een speciaal programma: DRUP lorlatinib mogelijk. Deze mogelijkheid is er niet meer.
Er komen mogelijk nieuwe medicijnen aan voor ROS1. Dit zijn waarschijnlijk als eerste zidesamtinib en repotrectinib.
Er wordt ook onderzoek gedaan naar de behandeling van ROS1 met taletrectinib, cabozantinib, unecritinib, ceritinib, iruplinalkib, foritinib en gilteritinib.
Ziekenhuizen die gespecialiseerd zijn in de behandeling van ROS1
ROS1 wordt in Nederland in expertisecentra behandeld. Dit zijn de academische ziekenhuizen: Amsterdam UMC, Erasmus MC, MUMC, LUMC, Radboudumc, UMCG, UMCU en het Antoni van Leeuwenhoek.
Vraag je arts of je mee kunt doen aan onderzoek naar nieuwe medicijnen of dat er een ander mogelijkheid is om nieuwe medicijnen te kunnen gebruiken
De longartsen in een expertisecentrum kunnen je vertellen of er onderzoeken zijn waar jij aan mee kunt doen.
Of dat er speciale manieren zijn om voor jou medicijnen aan te vragen zoals Drug Rediscovery Protocol (DRUP), Drug Access Protocol (DAP), Compassionate use* of Levering op artsenverklaring (Named Patient).
Of er medicijnen via speciale programma's of studies zijn kan gedurende het jaar veranderen.
*Website College ter beoordeling geneesmiddelen: “Een geneesmiddel mag alleen in de handel worden gebracht nadat een handelsvergunning is verleend. In schrijnende gevallen is er de mogelijkheid om een geneesmiddel waarvoor nog geen handelsvergunning is verleend, beschikbaar te stellen aan een groep patiënten met een ernstige ziekte waarvoor geen geregistreerd geneesmiddel bestaat. Een geneesmiddelenfabrikant kan bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) hiervoor een aanvraag doen voor de goedkeuring van een zogenoemd Compassionate Use Programma (CUP).
Een alternatief voor het beschikbaar stellen van een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning is verleend, is levering op artsenverklaring. Een aanvraag hiervoor kan worden ingediend bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). “