Soorten longkanker

Longkanker is niet ‘één ziekte’: iedere longkanker is weer anders. Het is belangrijk om te weten welke soort longkanker je precies hebt, omdat je dan  meer weet over het mogelijke verloop van de ziekte. Ook kan de arts de behandeling zo goed mogelijk laten aansluiten bij het soort kanker.

Er zijn twee hoofdsoorten longkanker: niet-kleincellige longkanker en kleincellige longkanker.

Niet-kleincellige longkanker

Bij niet-kleincellige longkanker gaat het om kanker in vrij grote cellen. Daarin zijn drie verschillende soorten te onderscheiden:
1. Plaveiselcelcarcinoom
2. Adenocarcinoom
3. Grootcellig carcinoom
De groeisnelheid van deze vormen van kankergezwellen is verschillend: de plaveiselcel groeit het langzaamst en de grootcellige tumorcel groeit het snelst.

Bij adenocarcinoom kan daarnaast nog een onderscheid worden gemaakt in kankersoorten die mutaties op de genen hebben en soorten die dat niet hebben. De meest voorkomende mutaties bij deze soorten longkanker zijn afwijkingen in de KRAS en EGFR. Het is belangrijk dat ook getest wordt of je een mutatie hebt die zeldzaam is, maar wel een (levensverlengende) behandeling voor is. Het gaat dan om de volgende mutaties: ALK, BRAF, HER2, MET, NTRK, NRG1, RET en ROS1.

Er zijn verschillende behandelmethoden voor niet-kleincellige longkanker. Welke behandeling de arts voorstelt, hangt af de conditie van de patiënte, van het soort longkanker en het stadium van de ziekte. En natuurlijk van de voorkeuren die u heeft, wat wilt u nog kunnen doen zonder door de behandeling daarin belemmerd te worden?

  1. Operatie: hierbij wordt de tumor met het omringende longweefsel verwijderd.
  2. Bestraling (radiotherapie): hierbij worden de tumor en aangrenzende lymfeknopen bestraald om genezing te bereiken of om de klachten te verminderen.
  3. Chemotherapie: dit is een behandeling met celdodende geneesmiddelen waarvoor wordt gekozen als de ziekte uitzaaiingen heeft.
  4. Doelgerichte therapie: voor doelgerichte therapie wordt gekozen als er sprake is van mutaties in de genen.
  5. Immuuntherapie: hierbij wordt het eigen afweersysteem gestimuleerd om de kanker te bevechten.
  6. Een combinatie van bovenstaande behandelingen;

Kleincellige longkanker

Ongeveer 20% van de gevallen van longkanker is kleincellig. Bij deze vorm van longkanker gaat het om hele kleine, kwetsbare cellen, die zich razendsnel delen. Hierdoor kunnen zij zich ook sneller door het lichaam verspreiden dan de niet-kleincellige soort. Vaak is de kleincellige longkanker dan ook al uitgezaaid op het moment dat er klachten ontstaan.

De behandeling van kleincellige longkanker is anders dan die van niet-kleincellige longkanker. In de meeste gevallen wordt er voor gekozen om niet te opereren, omdat er al teveel uitzaaiingen zijn. Chemotherapie is de standaard behandeling bij deze vorm van longkanker. Meestal gaat het om vijf of zes kuren. Als de ziekte beperkt is tot de borstkas, wordt vaak gekozen voor een gelijktijdige behandeling van chemotherapie en radiotherapie (bestraling).

 

Als je op zoek bent naar informatie over borstvlieskanker (ook wel mesothelioom of asbestkanker) dan vind je die op de website van Instituut Asbestslachtoffers: www.asbestslachtoffers.nl. Ook kan je terecht bij Asbestslachtoffers Vereniging Nederland: www.asbestslachtoffer.nl.

 

 

Nieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

steun ons werk

Agenda

  1. Informatiebijeenkomst over longkanker

    5 juni 12:30 - 17:00
  2. Landelijke Dag 2020

    7 november 11:00 - 16:30
  3. Bijeenkomst thymomen

    27 november 12:00 - 16:00

Lotgenoten

Het kan prettig zijn om met lotgenoten contact te hebben. Dit kan in de besloten groepen op Facebook.
Lotgenotencontact

Patiënten en een longarts houden ieder een blog bij.
Bekijk de blogs